Directe actie: strategie nu
Workshop Directe actie: strategie nu
Plaats: Kargadoor, kamer 2
Aantal deelnemers: ca. 15
Spreker: Peter Polder
I. Intro
In deze workshop werd een concrete directe actie onder de loep genomen, om iets te leren van wat er goed ging en wat er beter had gekund. De gebruikte case was de Betuwelijncampagne van GroenFront!.
Allereerst werd even stilgestaan bij het begrip "directe actie". Gelukkig konden we daarbij terugvallen op de definities die we bij de historische workshop over directe actie hadden geleerd. Steekwoorden waren: "direct", "conflict", "zonder externe autoriteit", "zelf". Met nadruk werd gesteld dat een directe actie iets anders is dan een symbolische actie, hoewel veel mensen deze zaken verwarren.
De gang van zaken in de workshop was vervolgens: eerst de werkelijke campagne bespreken; daarna groepjes vormen waarin we zelf een directe-actiecampagne konden bedenken waarmee we de aanleg van de Betuwelijn hadden kunnen tegenhouden.
II. De Betuwelijncampagne
Het plan voor de aanleg van de Betuwelijn komt uit de koker van de Rotterdamse havenlobby. Die havenbedrijven zochten naar alternatieven voor met name de binnenvaart. Zo'n alternatief zou de prijzen van het vervoer tussen Rotterdam en Duitsland drukken en bovendien zou de haven dan kunnen zeggen dat er een "breed scala aan transportmogelijkheden" richting Duitsland voorhanden was.
Aanvankelijk zag het er hopeloos uit. De grote middenpartijen waren voor, de milieubeweging bleef stil (tegen de aanleg van spoor zijn, was aan het publiek niet uit te leggen, zo vond men). In 1998 raakte een aantal activisten echter via een kraakactie langs het traject min of meer bij toeval betrokken bij het verzet tegen de spoorlijn. Meer kraakacties volgden, bouwputten werden bezet. Dit leidde ertoe dat de milieubeweging ook wakker werd; tegenstand bood perspectief.
De lokale bevolking bestond voornamelijk uit gereformeerde boeren. Desondanks, doordat vooral de NS veel kwaad bloed had gezet met allerlei intimidatietactieken, was er veel steun voor GroenFront!. Tegenstand was er vooral van de zijde van de NS, de inlichtingendiensten en de bouwbedrijven.
In 2000 vond de grote ontruiming plaats die een keerpunt in het verzet betekende: de repressie werd harder, het gevoel van onmacht groeide. Begin 2007 zal de Betuwelijn waarschijnlijk geopend worden. Dit betekent echter niet dat de campagne mislukt is. Tweederde van het traject is niet gerealiseerd (vertakkingen naar het noorden en zuiden zijn er nooit gekomen, een groot verdeelcentrum bij Nijmegen evenmin); er heerst nu grote terughoudendheid rondom plannen voor dergelijke grote infrastructuurprojecten. Het optreden van GroenFront! heeft daarbij zeker een rol gespeeld; de kosten van de ontruiming in 2000 worden bijvoorbeeld op vijf miljoen euro geschat.
III. Analyse van het krachtenveld
Vervolgens werd uitgelegd dat je bij het opzetten van een directe-actiecampagne een analyse moet maken van de diverse partijen, hun belangen en, voorzover het om tegenstanders gaat, hun zwakke plekken. Zo'n analyse maakt duidelijk op welk punt in het krachtenveld je succesvol kunt interveniëren: je kunt zien met wie je samen zou kunnen werken en je ziet welke partij onmisbaar is voor de uitvoering van het project en toch kwetsbaar genoeg om door jou aangepakt te worden.
Zo'n analyse levert soms verrassende inzichten op. In het geval van de Betuwelijncampagne bleek bijvoorbeeld uitstekend samen te werken met iemand van de VVD die langs het traject woonde en tevens contacten had bij de landelijke VVD. Verder hadden medestanders uit de lokale bevolking soms contacten bij de politie, hetgeen verschillende keren van pas is gekomen.
IV. Een eigen campagne bedenken
Tenslotte zijn we in groepjes van vier tot vijf mensen aan een eigen campagne tegen de aanleg van de Betuwelijn gaan werken. We moesten daarbij letten op de aspecten: publieke steun; mensen activeren; directe actie (gericht op imagoschade en kostenopdrijving); bredere antikapitalistische en/of ecologische agenda voor het voetlicht krijgen.
Er is door de verschillende groepjes een aantal interessante voorstellen gedaan. Als GroenFront! er in een eerder stadium bij betrokken was geweest, zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn geweest om de mensen die langs het traject woonden (juridisch) bij te staan en te overreden om zo lang mogelijk te blijven. Als dit de aanleg al niet zou hebben tegengehouden dan zou het in ieder geval de kosten enorm hebben opgedreven.
Een ander interessant punt was dat er rond de besluitvorming in de haven en in Den Haag meer alarmerend opgetreden had kunnen worden. Ook daarvoor geldt natuurlijk dat dat alleen had gekund als GroenFront! er eerder bij betrokken was geweest.
Andere voorstellen waren: zorgen dat er laagdrempelige directe acties zijn waar de lokale bevolking gemakkelijk aan mee kan doen; ervoor zorgen dat de doelstellingen haalbaar zijn; de havenlobby en de regering direct aanpakken; de havenlobby nader onderzoeken; de binnenvaart als alternatief voor het spoor opvoeren. Dit laatste is overigens door GroenFront! bewust niet gedaan, om ideologische redenen: er moet minder met goederen gesleept worden, dus het zoeken naar een alternatief is helemaal niet aan de orde.
Opvallend was dat in één van de drie groepen discussie was ontstaan over het gebruik van vernieling en geweld. Enkelen vonden dat je dergelijke middelen niet categorisch moet uitsluiten ("afhankelijk van context, repressie"), een minderheid in de groep wilde onder alle omstandigheden geweldloos blijven (waarbij vernieling ook als geweld gezien werd).
V. Afrondende opmerkingen
Nog vermeldenswaard over de werkelijke campagne is dat de verschillende kraakpanden langs het traject ieder hun eigen aanpak en eigen stijl hadden. Dit zorgde ervoor dat iedereen een locatie kon vinden waar z/hij zich op zijn gemak voelde.
Wat niet gelukt is bij de campagne is banden smeden met lokaal verzet. De NS had het verzet (dat wel degelijk had bestaan) al monddood gemaakt door intimidatie en omkoping.
Verder werd steeds voor ogen gehouden dat de aanleg uiteindelijk niet tegengehouden zou worden. Dit was noodzakelijk om burnout van activisten te voorkomen.
Verslag Michel Koppelaar



