Veslag: Radicaal Syndicalisme door José Estevao (Anarcho-Syndicalische Bond), Loes (Organizer in de zorg), Michel (Vrije Bond), Willem Bos (Grenzeloos).

Discussie over syndicalisme wordt geïnspireerd door commentaren in Doorbraak en een boek van Solidarity, Fighting for yourself.

Willem Bos is lid van een vakbond. Dat is een organisatie van werknemers om voor hun belangen op te komen, kenmerkend voor de arbeidersklasse. Zij komen op voor elkaars belangen ongeacht politieke overtuiging. Nadeel van de vakbond is dat naarmate zij groter wordt ook de bureaucratie groeit, die zich meer om de eigen organisatie bekommert dan om de belangen waarvoor de bond is opgericht. Zo is er angst voor risico bij staking.  Ook is de bureaucratie meer betrokken bij overlegorganen als de SER. Het krijgt dus een dubbel karakter. Enerzijds is het een arbeidersorganisatie, anderzijds is het geïntegreerd in het kapitalistische systeem. Door verlies van de oorspronkelijke missie krijgt die te maken met oppositie, uitval van leden en verlies van geloofwaardigheid als vertegenwoordiging. De bond is niet meer ingespeeld op de strijd: vrouwen, migranten en flexwerkers verdwijnen uit de vakbeweging.

Er ontstaan organizers binnen de bond om de basis weer te vinden.

Het is nuttig om in de vakbond de strijdbaren te steunen De vakbond zal geen revolutie teweeg brengen, maar hij kan nuttig zijn als leerschool om actie te voeren in de praktijk.

Conclusie: de vakbond is geen revolutionaire organisatie, maar nuttig als je zelf opkomt voor de belangen van arbeiders.

Michel zet zich als Vrije Bondslid in bij arbeidsconflicten en propageert radicale actie voor organisatie van onderop. Groepen moeten opkomen voor hun eigen werk. Voer als bond propaganda voor de directe strijd om brood en boter en organiseer vandaaruit je contacten. Micbel wil geen lid worden van een grote bond, het verandert je en onttrekt je aan de radicale actie. Het is belangrijk dat er in de directe strijd kleine overwinningen worden gehaald, het motiveert om verder te vechten. Het is nodig want de strijd eist doorzettingsvermogen en is tijdrovend. Collectieve actievoering kan andere perspectieven laten zien dan het leven in de gang van zaken bij de FNV.

De arbeid is het strijdperk van de anarchistische strijd en een mogelijkheid om mensen voor de anarchistische zaak te winnen, die aan de kapitalistische uitbuiting definitief een einde maakt.

Loes is organisator voor ABVAKABO-FNV in de ouderenzorg. Uit de praktijk van organizing blijkt dat de belangen van de vertegenwoordiging van de bond soms haaks staat op die van de werkvloer. Zelf zal ze een nieuwe positie krijgen in het Erasmusziekenhuis, als afgestudeerd arts in een flexcontract. Zij is lid van de bond omdat ze met organizing tijdelijke banen op het spel kan zetten. Daarom maakt zij strategisch gebruik van de bond omdat zij binnen dit kader zelforganisatie op gang kan brengen. Kaders als de Vrije Bond, ASB en IWW zijn niet groot genoeg.

Jose: De anarchhosyndiscalistische bond ASB is twee jaar geleden begonnen; internationaal is zij aangesloten bin de IAA-AIT, opgericht 1922 als opvolger van de internationale. oppositie tegen Marx in St. Imier. De ASSB maakt een streng onderscheid tussen de autoritaire kant van organisatie die we bij politieke partijen en de daarmee verbonden vakbonden aantreffen en de libertaire kant door economisch gerichte organisatie van onderop. Die organisatie is gericht op directe actie, is gedecentraliseerd en gefedereerd. Directe actie schept organisaties van solidariteit en wederzijdse hulp en vormen de basis van die organisatie. Daarom heeft zij een perspectief op een andere maatschappij dan waarin de grote vakbonden werken die met ‘onderhandelen” en “polderen’ het bestaande systeem steunen.
Directe actie betekent dat als een bedrijf staakt zij de steun van alle leden krijgt, en zo is dat ook met andere acties tegen werkgevers. Een dergelijke op actie gebaseerde organisatie voedt mensen op tot zelfbeheer van hun situatie, dat is het werk van de arbeders zelf, niet gedicteerd door bazen. Met dit uitgangspunt kunnen sommige mensen lid zijn van het FNV als gevolg van situatie op de werkvloer, maar het is de eigen organisatie van onderop die telt.

Zaal:

* Engelse interventie: Organizing gaat uit van het bewustzijn dat je als arbeider deel uitmaakt van de 99%  en niet van de 1% die je zegt te vertegenwoordigen en deelneemt aan het kapitalistische systeem. De vakbond heeft daarom geen affiliatie met het volk.
*Ron: Was lid van de VVDM en bij de jongerenvakbond van de FNV. Zijn ervaring daar is dat als je iets wil doen dat gezamenlijk moet doen, op de werkvloer. Alleen dan kun je dar macht uitoefenen.  Je moet samenwerken en mensen zien te bereiken. Voorbeelden zijn
– de bezetting van de Sarphatistraat, waarbij Vrije Bond, ABVAKABO en buurtbewoners actief waren. Leg het accent op het lokale vlak
– de politieke en ecologische strijd
Lees Peter Storm. We moeten een taalgebruik ontwikkelen die voor de gewone mensen verstaanbaar is.
*Anita: Vindt de acties van de FNV tegen de crisis op 30 september niet succesvol. De massa was bijeengestroomd maar passief. Zij moeten zich zelf gaan organiseren zoals de vluchtelingen die vanaf Ter Apel kampen hebben opgericht. Wij hebben heb geholpen, maar zij hebben het gedaan.  
*Michel. Voorbeelden van concrete overwinningen: OTTO Workforce, van mislukking Bastion Hotel. Er is geen succes als de mensen op de werkvloer zelf passief blijven.
*Kees: Er zijn maatschappijveranderende vakbonden als de FAU, CNT, AIT, SAC en IWW.
* Als arbeiders om revolutie staan te springen houdt een bond dat tegen. Beweging krijg je op concrete punten, maar niet met het woord maatschappijverandering. Gebeurt de concrete actie, dan gaat er meer gebeuren. Een bezetting van de ING haal je met 4 à 500 mensen, niet met 1 man of 20 mensen die door een psychiater of door de ME kunnen worden afgevoerd. Eenmaal georganiseerd zijn de mensen zelfverzekerd.
Dus kun  je niet om de vakbeweging heen, je hebt ze nodig voor een massaorganisatie. Een vakbeweging heeft weerstandskassas die je daarbuiten niet kunt vormen. Bondgenoten heeft ze voor de schoonmakers gebruikt.
*Jose: In het dagelijkse vakbondswerk vind ik binnen de FNV keiharde strijd tegen polderaars door de radicale vechters.
*Willem: Agnes Jongerius en Xander den Uyl  hebben moeten plaats maken, de bond is geen ANWB meer. Het project van organizing radicaliseert ook de bond Bondgenoten opent zijn café voor Steun de schoonmakers. Agitatoren moeten dus tegelijk binnen en buiten de vakbeweging werken.
*België: In België is de vakbond een meer revolutionaire organisatie. Voorbeeld is de socialistische vakbond in Charleroi. De bond stelt voor zich links van de BSP te begeven om de klassenstrijd weer op gang te brengen.
*Wat kunnen WIJ doen? Dat is de vraag. Wie kan een radicale vakbond oprichten is voorlopig alleen maar een theoretische vraag.
*Doorbraak: Jongeren lijken gelaten doordat er voor hen geen structuuropbouw opdoemt. Men moet weten: hoe zet je een actie op? Grote groepen kunnen zich dan bij elkaar vinden. In het archief van Doorbraak zijn voorbeelden van sociale strijd. Een kleine sector kan dan heel veel invloed hebben, bijvoorbeeld door de actie tegen dwangarbeid. Er ontstaat nu een comité van werklozen die zich daartegen verzet. En ook de FNV gaat daar achter staan. Met één been binnen en één been buiten de bond is het wel politieke schizofrenie’.
*Jose: Organiseren als anarchosyndicalisten ius het vormen van kleine kernen 1) in een bedrijf met andere mensen, 2) Als activisten erbuiten 3) arbeiders worden activisten en sluiten aan, 4) Die vormen dan een groep. Wij kunnen bij groei dan meer initiatief nemen en meer impact hebben, zeker als de kracht van de vakbonden afneemt. De vakbonden kunnen wel organizen, maar houden dan toch altijd vast aan de leiding, Anarchisme is zelforganisatie en dat moet de basis van de strijd zijn.
 * Engelse interventie: Roept op tot radicaal verzet tegen de repressie. Verklaar je tegen het fascisme en voor de arbeidersklasse. voer de revolutie door.
*Het ledenaantal is geen criterium. In de nieuwe maatschappij zullen de bonden geen factor meer zijn. Activisten en anderen moet je met technische kennis sturen.
*Loes: De universiteiten hebben een eigen veld. Dan kun je alternatieven als teacher-groups   uit je eigen omgeving samenbrengen, als een idee, op,werkplaatsen in de stijd tegen de staat als bestaand systeem.
*Jeroen:  Vecht om zaken die identiek zijn aan de concrete realiteit van mensen. We moeten beginnen zelf breder te worden als campagnevoerder en expertise winnen, zodat me meer weten hoe we een en ander kunnen doorvoeren. Maak trainingsgroepen.

Samenvatting Kees:
Vijf jaar geleden hadden we een gelijke discussie vol theoretische dromen, nu gaan we meer uit van praktische situaties en proberen we te leren met experimenten, zowel binnen als buiten de FNV.