Skip to content

Verslag: Stop het veiligheidsdenken

In augustus 2020 bracht de onderzoeksafdeling van het Europees Parlement het rapport ‘Peace and Security in 2020’ uit. In het begin van het document staat een opsomming van ‘bedreigingen voor vrede en veiligheid in de huidige mondiale omgeving’. Naast meer traditionele ‘gevaren’, zoals actieve of sluimerende conflicten, nucleaire proliferatie en terrorisme, prijken bijvoorbeeld ontheemde mensen, klimaatverandering en desinformatie op de lijst.

Zowel binnenlands als internationaal worden steeds meer problemen en verschijnselen geframed als veiligheidsprobleem. Je ziet dit in sterke mate bij bijvoorbeeld migratie, maar ook uiteenlopende zaken als klimaatverandering, drugsproductie en -smokkel, religieus extremisme, georganiseerde misdaad en pandemieën worden in zulke termen neergezet.

Eind jaren ‘90 ontwikkelde de zogenaamde Copenhagen School, een stroming binnen veiligheidsstudies, de theorie van securitisering om dit fenomeen te duiden. Dr. Beatrice de Graaf en mr. dr. Quirine Eijkman, destijds beiden verbonden aan het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden vatten in 2011 deze theorie samen als: “Het begrip securitisering verwijst naar het proces dat steeds meer beleidsaangelegenheden in het domein van nationale veiligheid getrokken worden en dat veiligheidsmaatregelen op steeds ruimere schaal worden toegepast.” Cruciaal daarbij is ook de publieke acceptatie van het verschuiven van een specifiek probleem richting het terrein van veiligheid.

Deze processen van securitisering hebben op vele vlakken vergaande gevolgen. Wanneer iets eenmaal een veiligheidsprobleem is, wordt de oplossing steevast gezocht in mogelijkheden om dat probleem te elimineren, in te dammen en/of buiten de deur te houden. Dat vertaalt zich in inzet van steeds meer mensen en middelen (militair, geheime diensten, politie) om de veronderstelde gevaren te lijf te kunnen gaan en controle uit te kunnen oefenen. Waar dat minder voet aan de grond krijgt worden horrorscenario’s opgevoerd om de geesten alvast rijp te krijgen voor volgende stappen.

Tijdens het jaarlijkse 2.Dh5-festival voor wereldversleutelaars, dat dit jaar wegens corona volledig online moest plaatsvinden, gaven vier personen, onder leiding van facilitator Chris de Ploeg, presentaties over ontwikkelingen met betrekking tot securitisering op binnenlands en internationaal vlak. Na een inleiding van Chris, waarin hij bovenstaande punten naar voren bracht, kwamen Jaïr Schalkwijk (Controle Alt Delete), Lotte (werkzaam bij Bits of Freedom, sprekend op persoonlijke titel), Maartje (Stop the War on Migrants) en Wendela de Vries (Stop Wapenhandel) aan het woord. Zij gingen vervolgens met elkaar en met de deelnemers aan de sessie in gesprek over overeenkomsten in deze ontwikkelingen en over wat er tegenover te stellen.

Uitbreiding bevoegdheden geweldgebruik politie

Controle Alt Delete is een organisatie die zich inzet tegen etnisch profileren en tegen buitenproportioneel politiegeweld. Jaïr ging in zijn bijdrage in op de uitbreiding van geweldsmiddelen voor de politie in Nederland. De focus lag daarbij op de nieuwe wet ‘Geweldsaanwending opsporingsambtenaar’, die op het moment van schrijven nog in de Eerste Kamer behandeld wordt. Op de fractie van Denk na had de volledige Tweede Kamer al met de nieuwe wet ingestemd.

Deze wet breidt de mogelijkheden voor geweldgebruik door de politie uit, zoals het uitrusten van alle agenten met een stroomstootwapen (taser) en ruimere bevoegdheden voor gebruik van vuurwapens en rubber kogels (hoewel die nog geen onderdeel van het wapenarsenaal zijn). Er zijn weinig beperkingen ten aanzien van die laatste twee middelen opgenomen, waardoor de taser volgens de nieuwe regels ingezet kan worden tegen een ieder die zich verzet tegen een arrestatie, voor welk onnozel feit dan ook, en rubber kogels tegen iedereen die de orde zou verstoren, waaronder bijvoorbeeld demonstranten.

De wet regelt daarnaast een nieuwe wijze waarop geweldgebruik beoordeeld wordt. Onderdeel daarvan is dat politiemedewerkers in geval van ongeoorloofd geweldgebruik niet voor de gewone strafrechter komen, maar dat dit behandeld wordt in een speciale ‘blauwe kamer’ binnen rechtbanken in het kader van een schending van de ambtsinstructie in plaats van het toepassen van gewone strafrechtelijke bepalingen ten aanzien van bijvoorbeeld mishandeling of doodslag.

In de Eerste Kamer waren linkse partijen, die tijdens de behandeling in de Tweede Kamer hebben zitten slapen wel kritischer, mede door de Black Lives Matter-demonstraties van vorig jaar. Ze kunnen geen meerderheid tegen het wetsvoorstel in stelling brengen. Controle Alt Delete riep dan ook op rechtse partijen te benaderen met het verzoek tegen te stemmen. Het is daarbij van belang te weten dat maatschappelijke veiligheid de afgelopen tien jaar juist is toegenomen en dat er dus geen ‘objectieve’ reden is voor nieuwe maatregelen, ondanks dat politici en bedrijven ons onveiligheid proberen aan te praten.

Surveillance in de publieke ruimte

Lotte houdt zich bij Bits of Freedom veelal bezig met de thema’s veiligheid en privacy. Zij wees erop dat ‘veiligheid’ vaak als waarde centraal wordt gesteld bij politieke besluitvorming, zoals omtrent de inrichting van de publieke ruimte, bijvoorbeeld bij het steeds meer in gebruik nemen van surveillancetechnologie. Veiligheid, als collectief goed, en privacy, als vermeend individueel privilege (dat in werkelijkheid evengoed een collectief iets is), worden dan tegenover elkaar gesteld, terwijl het prima mogelijk is om beiden te bereiken. Meer surveillance betekent niet meer veiligheid, maar vooral het verzamelen van meer gegevens met alle risico’s van dien.

Een gelijklopende ontwikkeling is dat organisaties in het veiligheidsdomein, zoals de politie, overal een rol in krijgen en toegang krijgen tot security-infrastructuur die met een ander doel is aangelegd. De publieke ruimte en de openbare orde worden steeds meer in termen van veiligheid beoordeeld. Zo worden bijvoorbeeld demonstraties gezien als een verstoring in plaats van een onderdeel van de openbare orde, waardoor ertegen optreden voor de hand komt te liggen.

Een gevolg van deze ‘risicosamenleving’ is het creëren van een markt voor techbedrijven, die allerlei nieuwe technologieën introduceren en propageren. De toepassing daarvan heeft vergaande gevolgen, bijvoorbeeld aangaande het constant volgen van burgers in het kader van crowdmanagement. Het monitoren van gedrag, waarbij soms met behulp van artificial intelligence bepaald wordt wanneer dit ‘afwijkt’ van wat als normaal wordt gezien, is een andere zorgelijke ontwikkeling. Zo worden mensen steeds meer richting een specifieke norm gedwongen om er niet als verdacht uitgepikt te worden. Bovendien komt hierbij vaak bias om de hoek kijken, zoals het (indirect) selecteren op huidskleur. Alle informatie die verzameld wordt wordt niet alleen door overheden gebruikt, maar ook voor commerciële doeleinden, bijvoorbeeld om te bepalen welke reclames mensen voorgeschoteld krijgen.

Ruim zestig organisaties vanuit heel Europa hebben de handen ineengeslagen in de campagne ‘Reclaim Your Face’ om op Europees niveau een verbod te krijgen op het gebruik van de nu meest ingrijpende technologie, biometrische surveillancetechnologie, zoals gezichtsherkenning.

Militarisering en wapenindustrie

Wendela van Stop Wapenhandel richtte zich op de rol van de wapenindustrie in securitisering. Deze industrie is een drijvende kracht achter dit proces. Ze is altijd op zoek naar nieuwe markten en is er steeds als de kippen bij om technologische oplossingen voor sociale en economische problemen naar voren te schuiven. Het is echt een aanbodgedreven sector, op zoek naar nieuwe afzetmogelijkheden. Daarbij wordt ook naar ‘civiele’ toepassingen gekeken, zoals de inzet van drones voor crowd control. Voor bestuurders en politici is dit eveneens een aantrekkelijk concept. De inzet van nieuwe technologieën doet het goed als toonbeeld van daadkracht en komt vaak beter over dan het zoeken naar oorzaken en daadwerkelijk oplossen van problemen.

Voor de industrie is het van belang dat er voldoende geld binnenkomt om onderzoek naar nieuwe technologieën te bekostigen. Daarvoor is bijvoorbeeld export van belang. Ook Nederlandse bedrijven voeren veel beveiligingstechnologie uit. Omdat dit deels buiten exportregels valt zijn hierbij allerlei controversiële bestemmingen, zoals autoritaire regimes, aan de orde.

De wapenindustrie spiegelt graag voor dat zij een grote bijdrage levert aan werkgelegenheid en kennisontwikkeling, maar dit is zeker niet het geval. Wapenbedrijven verdringen juist werkgelegenheid in de civiele sector, die inmiddels ook voorop loopt in de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Desondanks heeft de wapenindustrie een succesvolle lobby, die bijvoorbeeld hogere budgetten voor het ontwikkelen en aankopen van nieuwe wapens bewerkstelligd heeft. Denk aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds in Nederland en aan het Europees Defensiefonds.

Grensmilitarisering

Maartje van Stop the War on Migrants, een actiegroep tegen het huidige Europese migratiebeleid, nam het stokje over met een verhaal over de militarisering van grenzen, het framen van migranten als een bedreiging (vijanddenken) en de rol van de wapenindustrie hierin.

Frontex, het inmiddels wegens geweldgebruik en illegale pushbacks (terugduwen van vluchtelingen over de grens) zwaar onder vuur liggende EU-grensbewakingsagentschap, schrijft voortdurend over migratie in termen van veiligheid en criminaliteit. Alleen door het afsluiten van de Europese buitengrenzen kan de interne veiligheid gegarandeerd worden. De laatste tijd wordt ook corona opgevoerd als een veiligheidsissue dat nieuwe maatregelen aan grenzen vraagt om pandemieën in de toekomst buiten de deur te houden.

De praktijk die op deze framing van migratie als veiligheidsprobleem gebouwd wordt kenmerkt zich door het militariseren en externaliseren van de Europese grenzen. Zo zijn er de afgelopen jaren allerlei hekken en muren gebouwd op meer dan duizend grenskilometers. Er zijn legers naar de grenzen gestuurd om migranten tegen te houden. Het budget van Frontex is enorm gegroeid en het agentschap krijgt steeds meer macht en bevoegdheden. En de NAVO wordt steeds meer betrokken bij grensbewaking. De wapenindustrie verdient hier goed aan door de middelen voor dit hele proces van militarisering te leveren.

Tegelijkertijd worden de Europese grenzen steeds meer ‘verplaatst’ naar landen buiten Europa. Deze zogenaamde grensexternalisering houdt in dat niet-EU-landen op gaan treden als externe grenswachten voor de EU. Voorbeelden zijn de migratiedeal met Turkije en het trainen van en samenwerken met de Libische kustwacht. De EU financiert ook veel grensbewakingsprojecten in bijvoorbeeld Afrika. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) speelt hier een rol in.

Na de presentaties volgden vragen en opmerkingen vanuit de online deelnemers. Daarbij werd onder meer het onderwerp klimaatverandering aan de orde gesteld. Wendela de Vries maakte duidelijk dat ook dit vaak als veiligheidsprobleem benaderd wordt, waarbij de inzet van militairen en security-technologieën als oplossing gepresenteerd wordt. Werkelijke, maar moeilijk te verkopen, oplossingen, zoals het inperken van westerse overconsumptie en het werken aan internationale verdelingsproblemen, hoeven dan niet besproken te worden. De wapenindustrie komt met onrealiseerbare ‘groene’ wapens om klimaatpotjes leeg te trekken, terwijl militaire inzet vaak gericht blijft op het beschermen van westerse belangen, zoals de toegang tot grondstoffen.

Verder gaven de sprekers aan veel te herkennen in elkaars verhalen en in het gemeenschappelijke achterliggende proces van securitisering. Je ziet bijvoorbeeld ook dat nieuwe technologieën eerst op migranten worden toegepast en daarna breder geïntroduceerd worden, zoals bij biometrische identificatie. Dat biedt ook mogelijkheden om op concrete punten met elkaar samen te werken. Met die conclusie vormde het panel tijdens 2.Dh5 een aanzet om tot meer samenwerking te komen.

Voor meer informatie:

Mark Akkerman