Verslag: Strategie naar open en strijdbare alternatieven

(Hieronder een ruw verslag, losse opmerkingen staan onder elkaar)
Korte inleiding: Het gaat om het bespreken van de positieve en negatieve punten van een ‘utopische strategie’ (US) versus een revolutionaire strategie (RS), en dan steeds ingekaderd in wat er in Nederland aan mogelijkheden zijn.

Definiëren is dat de US uitgaat van het hier en nu en dat wil omzetten in een gewenste betere situatie. De RS: gaat veel meer uit van het opbouwen van tegenmacht om het heersende systeem omver te werpen, en de verbeteringen zouden pas daarna kunnen.

Saskia Poldervaart vult aan dat er voor 1880 ook al sociale bewegingen waren )hetgeen veel marxisten en aanhangers van de RS ontkennen). Alsof het alleen maar gaat om de staatsmacht te veroveren. Voorbeeld allerlei ketterse of christelijke vernieuwingsbewegingen. (0-13e eeuw). Veel zaken identiek van toen zijn identiek met nu: idealen in praktijk brengen, vaak vreedzaam, maar vaak ook gedwongen om zich te bewapenen.

De discussie barst vervolgens los over de betekenis van een strategie van hervorming (reformistisch). Eigenlijk bestaat er nog een derde strategie die elementen van beide bevat, namelijk de ‘Onderhandelingsstrategie’

Waar het dus om gaat, wordt geconstateerd, is dat of nu utopistisch of revolutionair, er een strategie moet worden gekozen. De vraag is of er in Nederland wel groepen bestaan die een ‘revolutionaire’ strategie willen volgen, behalve zo’n IS, waarvan dan beweerd wordt dat die dat ook niet doen.

Sommigen protesteren tegen deze tweedeling en de omschrijving van het fenomeen revolutionaire strategie, want het gaat er niet om dat je ‘gelooft’ in iets van een revolutie als een historisch moment waarna alles verandert, maar dat je uitgaat van een systeemanalyse en systematische oplossingen, maar dat is wel degelijk een dagelijks proces. De discussie zou moeten gaan over het ‘grotere verhaal’ dat bij alle groepen uit de US steeds meer is verdwenen.

Actiegrichte groepen profileren zich vaak op specifieke kleinere onderwerpen, maar dat wil niet zeggen dat ze geen grotere visie hebt. Het model van de Transition Towns (TT) wordt, evenals bij de beginworkshop, meermaals naar voren geschoven als wondermiddel, maar anderen hebben daar flinke twijfels over, met name omdat het een soort neutrale politieke positie inneemt

Utopische en revolutionaire groepen willen uiteindelijk toewerken naar zelfde doel, maar werkwijze kan flink verschillen. Voordel van de UR is de directe resultaten, en de positieve insteek.

Voor revolutionaire strategie is nodig dat genoeg mensen meedoen, dus niet teveel zware retoriek. Een van de aanwezigen beschrijft echter de situatie in Griekenland (Patras) waar de stad vol hangt met vol anarchistische posters en overal zware retoriek aangeheven wordt, maar daar is het plotseling heel normaal om anarchist te zijn, het lijkt zelfs wel hip, inclusief de revolutionaire taal.

Wat mede bepaalt wat er mogelijk is, is de economische situatie, en of er ruimte is voor revolutionaire strategie, nu zijn er weinig mensen actief en is er dus weinig ruimte.

Er wordt een pleidooi gedaan voor de GF campagne rond krimp: die zou beide elementen bevatten; systeemkritiek plus dagelijkse alternatieven.

Nadeel van de RS is dat je dan van die revolutionairen krijgt die ondertussen gewoon coca cola drinken, hypokriet dus.

Een mening: Alle drie strategien nodig. Zeker niet ‘eerst revolutie’ daar heb je niks aan (zoals die Britse SWP).

Reactie: Het gaat om systeemkritiek, die ontbreekt in Nederland, mensen snappen niet meer hoe de wereld in elkaar zit.

Ja maar je moet ook de middenmoot meekrijgen. Transitiesteden is een manier om die middenmoot. Werkt ook goed om gevoel van apathie te doorbreken.

Het is wel belangrijk om lokaal bezig te zijn en netwerken op te bouwen, maar dat is toch wat anders dan echt dingen kunnen veranderen. We moeten weer zoeken naar wanneer je echt bedreigend wordt. Volgens iemand kun jeb edreigend worden door autonomie en zelfbeschikking te organiseren.

Ver. Solidair is dagelijks bezig om collectieven op te zetten, waaronder eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Veel collecteve zaken voor dagelijks leven, maar daarnaast actie en utopisch.

Bij TT is zelfvoorziening een belangrijk onderdeel. Tegenwerping: veel ondernemingen storten zich op ‘green capitalism’ dat is geen alternatief

Er moeten antwoorden komen voor de crisis, werkloosheid, en welke collectieve actie men kan ondernemen. Er is een reeel gevaar dat anders rechts ermee vandoor gaat.

Iemand stelt dat het belangrijk is “om zoveel mogelijk in actie te komen, doet er niet zoveel toe op welk gebied”. Tegenwerping: maar je zult moeten kiezen, je kunt toch niet alles tegelijk bestrijden, dus moet je wel een strategie ontwikkelen en een duidelijker links verhaal. Anderen verklaren dat ze daar niet zo’n behoefte aan hebben omdat voor hen wel duidelijk is waar het heen moet.

De twee zaken (praktisch werk en actie en groter verhaal/strategie) naast elkaar doen, ze zijn niet tegenstrijdig, mensen zullen ergens niet vanzelf mee bezig gaan.

Zapatistas worden opgevoerd als ‘bewijs’ van het nut van een revolutionaire strategie maar iemand anders reageert dat de Zapatistas net zo goed ‘bewijs’ zijn van het idee van het zelf doen, van onderop, solidariteit, luisteren naar elkaar. Dus alle strategien door elkaar. Heel Latijns Amerika zit nu val van dit soort strategien. Vooral Utopische strategie, bijv. teksten van Marcos.

Tot slot wordt een rondje gedaan: we zijn teveel eigen kringetje bezig, te weinig impact op eigen omgeving.

Perspectief ontwikkelen, groter verhaal ook belangrijk, verbindend program ontwikkelen.

Groot verhaal is er al wel, maar hoe wissel je het uit, onderwijs, scholing.

Promotie van project swomp (ecokraak in Amsterdam), bereid zijn om militant te zijn, dagelijks leven, educatie, krimp campagne, en ook strategie ontwikkelen,

Ander praktisch voorbeeld is Longo Mai, aanvankelijk soort soc.dem. revolutie. Breed gegroeid, enorm netwerk, toch revolutionair.

Strategie naar open en strijdbare alternatieven