Verslag: De nostalgie voorbij? door Peter Storm, anarcho-blogger

Aankondiging

Heel vaak zijn generaals en strategen bezig zijn met het voorbereiden, niet van de komende maar feitelijk nog van de vorige oorlog. Datzelfde zien we ook in de sociale strijd.

Trotskisten zijn feitelijk bezig met de voorbereiding van Oktober 1917.

Klassieke anarchosyndicalisten zijn bezig met de voorbereiding van Barcelona 1936-37.

Heeft dit overdoen van historische gebeurtenissen een rationele, positieve kern, kunnen we die overbrengen naar de dag van vandaag? Hoe voorkom je tegelijk dat je erin vast blijft zitten, hoe bouw je oog voor de grote verschillen in? Hoe voorkom je tegelijk dat je bij elke opstandsgolf het wiel helemaal opnieuw moet uitvinden (anders gezegd: wat is de zin van generalisatie, van theorievorming over sociale strijd)?  Kunnen we spreken van een leerproces dat ons op de lange termijn ook echt verder brengt, hoe werkt dat dan,. waar wordt dat zichtbaar?  Dit alles licht Peter Storm, anarcho-blogger, toe aan de hand van, jawel, historische voorbeelden.    

Verslag
Hoe we leren van vroeger, zonder gevangene van het verleden te worden.

Heel vaak zijn generaals en strategen bezig zijn met het voorbereiden, niet van de komende maar feitelijk nog van de vorige oorlog. Zij lopen achter en worden achterhaald door veranderingen die er in de eigen oorlog afspelen.

Datzelfde zien we ook in de sociale strijd. Trotskisten zijn nog steeds bezig met de voorbereiding van Oktober 1917. Klassieke anarchosyndicalisten zijn nog steeds bezig met de voorbereiding van Barcelona 1936-37. Zij nemen de geschiedenis, halen er één les uit en passen die als principe toe.

Het probleem daarbij: toen is niet nu! De situatie heeft zich in de loop der tijd veranderd. Geschiedenis is geen receptenboek, waarin het kookproces hetzelfde is.  Maar vaak krijgt geschiedenis een mythologisch karakter waardoor het toe te passen feitenmateriaal de vorm krijgt van een ideologie en kritiek wordt weersproken.

Men kan wel naar de feiten kijken, maar moet ook die feiten boven tafel weten te brengen die aan de mythe afbreuk doen. Het klakkeloos imiteren van oktober 1917 leidt niet meer tot niet tot de overwinning van de organisatie en zeker niet tot sociale bevrijding. Maar ook de geschiedenis van de Spaanse revolutie kent zijn schaduwzijden. De onmiddellijke resultaten van de Spaanse revolutie en de samenleving die daarbij ontstond kan zeker opnieuw worden nagestreefd, maar er zijn ook schaduwzijden: managers die lonen verlaagden, er was dwang, er was “uitstel’ wegens de oorlog, en er ontstond een autoritaire bestuurslaag die semikapitalistisch opereerde – en er waren twee anarchistische ministers in de Spaanse regering. Er was macht van onderop, maar er waren ook dingen die niet moesten. De linkse beweging heeft een ziekte.

Een tragisch geval is Che Guevara, die via een guerilla de revolutie in Cuba wist te bereiken, maar toen die verstarde haar wilde exporteren. Na een kort intermezzo met Kabila sr. in Kongo ging  hij naar Bolivia de boeren aldaar mobiliseren, maar die spraken geen Spaans en hij geen van de drie Indiaanse talen. De boerenstrand die hij mobiliseerde stond niet onder de knoet van Latifundias, maar was net begiftigd met een reformistische landhervorming, Hij kreeg geen aanhang omdat hij de situatie ter plekke niet analyseerde.

De oppositie in de jaren ’60 keek naar navolging van China, Cuba, Lenin en Mao, Durruti of Machno, maar minder naar de eigen samenleving.

 Maar we kunnen ook niet starten vanuit nul. Je kunt niet eindeloos het wiel uitvinden. Waarvoor zouden anders spreekuren en kraakadviezen dienen. Het kraakspreekuur kent de situatie in de stad en ook zelf moet je concreet kunnen bekijken hoe dat werkt. En zo kun je ook kijken in het verleden. Maar dan wel verplaatsen naar de situatie van het heden.

Doe  dat ook in het groot. Geschiedenis is een docerende persoon, maar een gezelschap dat met ons verhalen vertelt. Zij vertellen ons hoe ze het hebben gedaan, maar niet hoe het moet. Zij vertellen ons samen wat ze goed deden en wat verkeerd. De geschiedschrijver debunkt, ontmaskert mythen, maar draagt daarmee zelf bij aan het verhaal.

De geschiedenis heeft ons wel degelijk dingen geleerd:  

  1. Je beweegt dingen als je zelf betrokken bent en zelf initiatieven neemt, niet als je vertrouwt op de macht en dat we winnen als we zelf druk uitoefenen. We winnen niet  als we de machthebbers niet zien als vijanden, dat we zwak zijn als we bereid zijn  tot overleg.
  2. De staat is de vijand. De staatsmacht moet je niet veroveren, hooguit slopen. Het recente voorbeeld in Egypte, waarbij de bevolking in opstand kwam en meende bevrijd te worden door Morsie en zich daarna weer bevrijdde om daarna de steun van het leger te zoeken.
  3. We kunnen niet handelen zonder dat we het overgrote deel van de bevolking weten te bereiken/ We kunnen niet handelen met de rug naar “het klootjesvolk”.  Dan isolerewn we ons. Voorbeelden: “Weathermen, de RoteArnmee Fraktion, Brigate Rosse”. Zoek de mensen op. Men is tegen deportatie als een buurjongen wordt gedeporteerd. Verbind onze actie met doelstellingen waar mensen het mee eens zijn.
  4. Claim niet ‘Wij hebben het bewustzijn, maar de massa is bewusteloos”. Opeens kan er beweging komen die ons links passeert. Zo is een groot deel van het no-borderwerk overgenomen als het werk van de vluchtelingen zelf. Er kunnen impulsen komen die de radicalen niet zien aankomen.

Wat hier gezegd wordt is geen kant en klaar recent. Dat heeft de geschiedenis niet, Maar we kunnen er wel een gesprek mee aangaan.

Nadere vragen:

  • V1 Hoe bruggen te slaan. Als van je anarchistische waarden uitgaat, moet je daar altijd voor uitkjomen.
  • A. We hoeven ons niet te labelen, Maar ga uit van feiten en motiveer vandaaruit anderen  voor de strijd. Verberg echter niet dat je anarchist bent en ga niet meelopen met de bestaande meningen. Dan capituleer je en geef je je principes prijs.
  • V2. De straat is de vijand. Maar je kunt toch mensen op hun menselijkheid aanspreken?
  • A. Mogelijk kun je iemand bij een biertje bepraten of zelfs ompraten. Maar een machthebber die zijn functie uitoefent is je vijand en daar kun je niet mee marchanderen over je doelstellingen zonder te verliezen. Zij mogen zelf hun ketenen hebben, maar zij zijn pas vrij als we voor de hele wereld de vrijheid bereikt hebben.

Ingebrachte these: Ton Regtien:op 48-jarige leeftijd: “De jeugd moet het recht hebben het wiel uit te vinden”(Op een bijeenkomst van een herdenkingscomité van 25 jaar Studentenvak-beweging, 1978)