Verslag: Een ander NSF is mogelijk

Zondag 29 januari 10-12.00 Moira, Utrecht, in het kader van het 2.Dh5-festival
Er nemen zo’n 20 mensen aan de workshop deel

De organisatie van de workshop was in handen van leden van het Nijmeegs platform

Jasper en Rob geven een korte inleiding over de ontwikkeling van de WSF-beweging. Op dit moment is het 5e WSF gaande, maar voor het eerst op drie verschillende plekken (Caracas Venezuela, Bamaco Mali en l ater in Pakistan). Daarnaast zijn er voorbereidingen gaande voor een 2e Nederlands Sociaal Forum, in mei in Nijmegen.
De workshop is bedoeld om te bediscussiëren hoe basisgroepen (“zoals wij”) zich zouden kunnen opstellen en of ze er wat aan zouden hebben om wel (of niet) mee te doen.

Wat meespeelt zijn de ervaringen met het 1e NSF. Dat werd grotendeels georganiseerd door grote NGO’s (Novib ed.) en de FNV. Die hebben vaak wel radicale roots, maar zijn tegenwoordig heel mainstream. Ze blijken er wel graag actiegroepen bij te willen hebben, maar meer ter opluistering, “zoals welzijnswerkers vroeger graag mensen uit de buurt erbij wilden hebben”. Dit is een verschijnsel dat wereldwijd te zien is. Maar de tegengeluiden worden ook steeds luider, zoals er nu in Caracas een alternatief NSF gehouden wordt.

Er zijn af en toe plenaire vergaderingen waar theoretisch de besluiten over invulling van het NSF genomen worden. Maar in werkelijkheid is er een coördinatiegroep die beslist. Een voorbeeld dat later in de discussie naar voren kwam was dat de ingestelde mediagroep ineens niet meer zelf kon beslissen over haar producties maar alles eerst via een ‘commissaris’ moet laten gaan. De conclusie: als basisgroepen beslissen mee te doen, moeten ze hun eigen zaken goed organiseren, anders zullen weggespeeld worden door de grote NGO’s.
Leden van het Nijmeegs Platform zijn ook in de werkgroepen gaan zitten (en Rob ook in de coördinatiegroep) om te proberen ook daar de nodige invloed te hebben. Ze gaan zich nadrukkelijk niet lenen om ‘een bak vrijwilligers’ te leveren voor de NGO’s. Later wordt er nog gediscussieerd over de voor- en nadelen hiervan.

Er ontstaat eerst een discussie over de rol van mainstream-(polder)ngo’s en de gevaren die er schuilen als je met hen samenwerkt aan zoiets als het NSF: de oorspronkelijke uitgangspunten van het forum verwateren in de Nederlandse polder. Zo is er op de website niets terug te vinden van standpunten als verzet tegen neoliberalisme en antiparlementarisme. De polder-ngo’s zouden ook moeten erkennen dat ze met hun meeregeren van de afgelopen jaren, medeverantwoordelijk zijn gewordenvoor het beleid. De vraag is of basisgroepen die zonder kritiek meedoen, niet gebruikt worden om de bestaande praktijk te legitimeren.

Bij het 1e NSF werd ook een dergelijke discussie gevoerd, die onder andere leidde tot oprichting van de discussielijst (http://lists.riseup.net/www/info/transparant.nsf) over een horizontale en transparante opzet. Maar toen zijn veel basisgroepen gewoon afgehaakt en werd het verder aan iedereen individueel overgelaten om wel of niet mee te doen. Uit de workshop wordt opgemerkt dat dat uiteindelijk ieders persoonlijke keuze zal blijven (of dat van de organisatie waarin iemand actief is).

Sommigen in de workshop vragen zich af waarom je überhaupt aan zo’n project mee zou doen, als er zoveel nadelen aan kleven. Als antwoord wordt opgemerkt dat veel van de deelnemende NGO’s misschien tamelijk mainstream zijn, maar dat dat niet geldt voor hun achterban. In het kader van het bereiken van andere progressieve mensen, die elkaar tegenwoordig moeilijk vinden, is het NSF interessant. Ook positief is het feit dat allerlei deelbewegingen en thema’s daar bij elkaar kunnen komen; kruisbestuiving.

Vervolgens wordt verder ingegaan op de stugge, en deels ondoorzichtige beslissingsstructuren (zoals het eerdergenoemde verschil tussen de plenaire en de coördinatiegroep). Een punt dat nog steeds speelt, is over de zondag van het weekend waarop het 2e NSF gehouden moet worden. Vanuit de coördinatiegroep wordt geprobeerd die te degraderen tot een dag waarop bijna niets meer gebeurt (omdat het universiteitsterrein dan voor een hardholwedstrijd gebruikt moet worden). Waardoor het hele NSF eigenlijk gereduceerd dreigt te worden tot een dag (de zaterdag). Dit wordt niet openlijk naar buiten gebracht. Ook over de beslissing voor de plek moest een harde noot gekraakt worden. Het marxistische clupje IS en een paar NGO’s wilden kost wat kost weer in Amsterdam omdat ze (alleen) daar veel leden hebben. Vervolgens werd toch besloten om het gebeuren elders te organiseren, maar blijven de bijeenkomsten in Amsterdam gehouden worden, waardoor ze door het ‘Amsterdamse kliekje’ gedomineerd blijven.
Bij het 1e NSF ontstond commotie omdat het uiteindelijke workshopprogramma door een paar mensen (oa. van de IS) bepaald werd. Veel workshops die zich hadden aangemeld kregen uiteindelijk te horen dat er geen plek voor was. Deze keer is dat officieel in handen van de vier thematische werkgroepen, waar in principe iedereen aan deel kan nemen. Onduidelijk blijft echter wat er gebeurt op het moment dat het aanbod de capaciteit overstijgt. Ook bestaat er wederom spanning tussen het ‘plenaire’ programma en dat van de workshops. De NGO-geldschieters nodigen allerlei hotemetoten uit en organiseren een plenair programma terwijl basisgroepen vinden dat het workshopprogramma de nadruk zou moeten krijgen.

De ervaringen van de vorige keer maken dus wantrouwig. De vraag is of er wat tegen te doen valt. Een van de lessen: besluiten op plenaires goed vast laten leggen. Dat betekent dat je voortdurend moet controleren of de notulen wel juist zijn.

Een inventarisatie van meningen over wel/niet meedoen en waarom leverde de volgende argumenten op:

  • NSF is vooral interessant vanwege de achterban van grote NGO’s. Maar ook om om te leren gaan met die NGO’s zelf, en ze te laten zien dat er ook andere manieren zijn om te organiseren
  • We zouden een aantal randvoorwaarden kunnen vaststellen voor deelname. Later zouden we nog eens bijeen kunnen komen om te kijken of het proces aan die minimumvoorwaarden voldoet en dan besluit nemen
  • Er zou moeten worden geëist dat er met consensus-besluitvorming wordt gewerkt.
  • Sommigen moeten er niet aan denken met de FNV (oid.) te moeten samenwerken, maar zullen niemand verbieden om dat wel te doen.
  • Tweesporentraject blijven aanhouden (dus eigen initiatieven als 2.Dh5 en daarnaast bekijken of je wat met bredere initiatieven als het NSF doet)
  • We zouden ook, ism. actief Nijmegen, de zondag kunnen overnemen (vooral als het NSF die laat liggen) en daar dan het programma organiseren dat je eigenlijk belangrijk vindt. Gevaar is echter dat dat niet zichtbaar gemaakt kan worden in het NSF-programma omdat de polderngo’s daar niet aan willen.
  • Je kunt ook wat leuks en provocerends organiseren binnen het programma om de boel weer naar een radicalere koers te trekken. Bijvoorbeeld een actie of demonstratie die zich wel duidelijk tegen neoliberalisme/kapitalisme richt en dat dan ook onder de noemer van het NSF plaatsen.

Er bleken grofweg vier posities te bestaan ten aanzien van het komende NSF:

  1. Niemand is echt vierkant tegen (meedoen aan) het NSF, al hebben sommigen wel ernstige twijfels. Dezen achten zich echter niet bevoegd anderen wat te verbieden. Eurodusnie heeft bijvoorbeeld vorige keer zelf duidelijk gemaakt waarom ze niet meedoen.
  2. Sommigen staan er onverschillig tegenover. Het is niet belangrijk, je kunt beter je energie op je eigen dingen blijven richten. Zoals het programma in Appelscha, bijvoorbeeld, dat twee weken na het NSF blijkt te zijn.
  3. Velen vinden dat je het NSF kunt benutten door daar workshops en eventueel andere programma-onderdelen te organiseren, zonder jezelf medeverantwoordelijk te maken voor de algehele organisaties.
  4. Anderen menen juist dat je in geval van het hierboven genoemde punt ook moet proberen deel te nemen aan de algehele organisatie (door in werkgroepen en commissies te gaan zitten) omdat je anders weggespeeld wordt door de NGO’s.

We besluiten in april een nieuwe vergadering te beleggen, om te bekijken hoe de ontwikkelingen zijn. Voorgesteld wordt om dit op zondag 2 april te doen. Nadere details worden later uitgewerkt.
Mensen die workshops (of seminars, gesteld dat je daar het geld voor hebt, te weten 500 euri!) willen organiseren, moeten die echter voor die tijd wel aanmelden, want de sluitingsdatum is 1 maart.
We besluiten gezamenlijk een seminar te organiseren (en aan te melden) die moet gaan over de oorspronkelijke radicale uitgangspunten van het SF en waarom dat juist in Nederland aangehouden zou moeten worden.
Verder wordt iedereen opgeroepen om zich in te schrijven voor de transparant-discussielijst (http://lists.riseup.net/www/info/transparant.nsf) zodat daarlangs discussies en aankondigingen gecommuniceerd kunnen worden.

Een ander NSF is mogelijk

Verslag van workshop “Een ander NSF is mogelijk” (over NSF en polderen)
Zondag 29 januari 10-12.00 Moira, Utrecht, in het kader van het 2.Dh5-festival
Er nemen zo’n 20 mensen aan de workshop deel

De organisatie van de workshop was in handen van leden van het Nijmeegs platform

Jasper en Rob geven een korte inleiding over de ontwikkeling van de WSF-beweging. Op dit moment is het 5e WSF gaande, maar voor het eerst op drie verschillende plekken (Caracas Venezuela, Bamaco Mali en l ater in Pakistan). Daarnaast zijn er voorbereidingen gaande voor een 2e Nederlands Sociaal Forum, in mei in Nijmegen.
De workshop is bedoeld om te bediscussiëren hoe basisgroepen (“zoals wij”) zich zouden kunnen opstellen en of ze er wat aan zouden hebben om wel (of niet) mee te doen.

Wat meespeelt zijn de ervaringen met het 1e NSF. Dat werd grotendeels georganiseerd door grote NGO’s (Novib ed.) en de FNV. Die hebben vaak wel radicale roots, maar zijn tegenwoordig heel mainstream. Ze blijken er wel graag actiegroepen bij te willen hebben, maar meer ter opluistering, “zoals welzijnswerkers vroeger graag mensen uit de buurt erbij wilden hebben”. Dit is een verschijnsel dat wereldwijd te zien is. Maar de tegengeluiden worden ook steeds luider, zoals er nu in Caracas een alternatief NSF gehouden wordt.

Er zijn af en toe plenaire vergaderingen waar theoretisch de besluiten over invulling van het NSF genomen worden. Maar in werkelijkheid is er een coördinatiegroep die beslist. Een voorbeeld dat later in de discussie naar voren kwam was dat de ingestelde mediagroep ineens niet meer zelf kon beslissen over haar producties maar alles eerst via een ‘commissaris’ moet laten gaan. De conclusie: als basisgroepen beslissen mee te doen, moeten ze hun eigen zaken goed organiseren, anders zullen weggespeeld worden door de grote NGO’s.
Leden van het Nijmeegs Platform zijn ook in de werkgroepen gaan zitten (en Rob ook in de coördinatiegroep) om te proberen ook daar de nodige invloed te hebben. Ze gaan zich nadrukkelijk niet lenen om ‘een bak vrijwilligers’ te leveren voor de NGO’s. Later wordt er nog gediscussieerd over de voor- en nadelen hiervan.

Er ontstaat eerst een discussie over de rol van mainstream-(polder)ngo’s en de gevaren die er schuilen als je met hen samenwerkt aan zoiets als het NSF: de oorspronkelijke uitgangspunten van het forum verwateren in de Nederlandse polder. Zo is er op de website niets terug te vinden van standpunten als verzet tegen neoliberalisme en antiparlementarisme. De polder-ngo’s zouden ook moeten erkennen dat ze met hun meeregeren van de afgelopen jaren, medeverantwoordelijk zijn gewordenvoor het beleid. De vraag is of basisgroepen die zonder kritiek meedoen, niet gebruikt worden om de bestaande praktijk te legitimeren.

Bij het 1e NSF werd ook een dergelijke discussie gevoerd, die onder andere leidde tot oprichting van de discussielijst (http://lists.riseup.net/www/info/transparant.nsf) over een horizontale en transparante opzet. Maar toen zijn veel basisgroepen gewoon afgehaakt en werd het verder aan iedereen individueel overgelaten om wel of niet mee te doen. Uit de workshop wordt opgemerkt dat dat uiteindelijk ieders persoonlijke keuze zal blijven (of dat van de organisatie waarin iemand actief is).

Sommigen in de workshop vragen zich af waarom je überhaupt aan zo’n project mee zou doen, als er zoveel nadelen aan kleven. Als antwoord wordt opgemerkt dat veel van de deelnemende NGO’s misschien tamelijk mainstream zijn, maar dat dat niet geldt voor hun achterban. In het kader van het bereiken van andere progressieve mensen, die elkaar tegenwoordig moeilijk vinden, is het NSF interessant. Ook positief is het feit dat allerlei deelbewegingen en thema’s daar bij elkaar kunnen komen; kruisbestuiving.

Vervolgens wordt verder ingegaan op de stugge, en deels ondoorzichtige beslissingsstructuren (zoals het eerdergenoemde verschil tussen de plenaire en de coördinatiegroep). Een punt dat nog steeds speelt, is over de zondag van het weekend waarop het 2e NSF gehouden moet worden. Vanuit de coördinatiegroep wordt geprobeerd die te degraderen tot een dag waarop bijna niets meer gebeurt (omdat het universiteitsterrein dan voor een hardholwedstrijd gebruikt moet worden). Waardoor het hele NSF eigenlijk gereduceerd dreigt te worden tot een dag (de zaterdag). Dit wordt niet openlijk naar buiten gebracht. Ook over de beslissing voor de plek moest een harde noot gekraakt worden. Het marxistische clupje IS en een paar NGO’s wilden kost wat kost weer in Amsterdam omdat ze (alleen) daar veel leden hebben. Vervolgens werd toch besloten om het gebeuren elders te organiseren, maar blijven de bijeenkomsten in Amsterdam gehouden worden, waardoor ze door het ‘Amsterdamse kliekje’ gedomineerd blijven.
Bij het 1e NSF ontstond commotie omdat het uiteindelijke workshopprogramma door een paar mensen (oa. van de IS) bepaald werd. Veel workshops die zich hadden aangemeld kregen uiteindelijk te horen dat er geen plek voor was. Deze keer is dat officieel in handen van de vier thematische werkgroepen, waar in principe iedereen aan deel kan nemen. Onduidelijk blijft echter wat er gebeurt op het moment dat het aanbod de capaciteit overstijgt. Ook bestaat er wederom spanning tussen het ‘plenaire’ programma en dat van de workshops. De NGO-geldschieters nodigen allerlei hotemetoten uit en organiseren een plenair programma terwijl basisgroepen vinden dat het workshopprogramma de nadruk zou moeten krijgen.

De ervaringen van de vorige keer maken dus wantrouwig. De vraag is of er wat tegen te doen valt. Een van de lessen: besluiten op plenaires goed vast laten leggen. Dat betekent dat je voortdurend moet controleren of de notulen wel juist zijn.

Een inventarisatie van meningen over wel/niet meedoen en waarom leverde de volgende argumenten op:

  • NSF is vooral interessant vanwege de achterban van grote NGO’s. Maar ook om om te leren gaan met die NGO’s zelf, en ze te laten zien dat er ook andere manieren zijn om te organiseren
  • We zouden een aantal randvoorwaarden kunnen vaststellen voor deelname. Later zouden we nog eens bijeen kunnen komen om te kijken of het proces aan die minimumvoorwaarden voldoet en dan besluit nemen
  • Er zou moeten worden geëist dat er met consensus-besluitvorming wordt gewerkt.
  • Sommigen moeten er niet aan denken met de FNV (oid.) te moeten samenwerken, maar zullen niemand verbieden om dat wel te doen.
  • Tweesporentraject blijven aanhouden (dus eigen initiatieven als 2.Dh5 en daarnaast bekijken of je wat met bredere initiatieven als het NSF doet)
  • We zouden ook, ism. actief Nijmegen, de zondag kunnen overnemen (vooral als het NSF die laat liggen) en daar dan het programma organiseren dat je eigenlijk belangrijk vindt. Gevaar is echter dat dat niet zichtbaar gemaakt kan worden in het NSF-programma omdat de polderngo’s daar niet aan willen.
  • Je kunt ook wat leuks en provocerends organiseren binnen het programma om de boel weer naar een radicalere koers te trekken. Bijvoorbeeld een actie of demonstratie die zich wel duidelijk tegen neoliberalisme/kapitalisme richt en dat dan ook onder de noemer van het NSF plaatsen.

Er bleken grofweg vier posities te bestaan ten aanzien van het komende NSF:

  1. Niemand is echt vierkant tegen (meedoen aan) het NSF, al hebben sommigen wel ernstige twijfels. Dezen achten zich echter niet bevoegd anderen wat te verbieden. Eurodusnie heeft bijvoorbeeld vorige keer zelf duidelijk gemaakt waarom ze niet meedoen.
  2. Sommigen staan er onverschillig tegenover. Het is niet belangrijk, je kunt beter je energie op je eigen dingen blijven richten. Zoals het programma in Appelscha, bijvoorbeeld, dat twee weken na het NSF blijkt te zijn.
  3. Velen vinden dat je het NSF kunt benutten door daar workshops en eventueel andere programma-onderdelen te organiseren, zonder jezelf medeverantwoordelijk te maken voor de algehele organisaties.
  4. Anderen menen juist dat je in geval van het hierboven genoemde punt ook moet proberen deel te nemen aan de algehele organisatie (door in werkgroepen en commissies te gaan zitten) omdat je anders weggespeeld wordt door de NGO’s.

We besluiten in april een nieuwe vergadering te beleggen, om te bekijken hoe de ontwikkelingen zijn. Voorgesteld wordt om dit op zondag 2 april te doen. Nadere details worden later uitgewerkt.
Mensen die workshops (of seminars, gesteld dat je daar het geld voor hebt, te weten 500 euri!) willen organiseren, moeten die echter voor die tijd wel aanmelden, want de sluitingsdatum is 1 maart.
We besluiten gezamenlijk een seminar te organiseren (en aan te melden) die moet gaan over de oorspronkelijke radicale uitgangspunten van het SF en waarom dat juist in Nederland aangehouden zou moeten worden.
Verder wordt iedereen opgeroepen om zich in te schrijven voor de transparant-discussielijst (http://lists.riseup.net/www/info/transparant.nsf) zodat daarlangs discussies en aankondigingen gecommuniceerd kunnen worden.