Verslag: De dystopie die antrhopoceen heet

Verslag van De dystopie die het Anthropoceen heet

met Maria Karssenberg, geoloog en Pieter Lemmens, wetenschapsfilosoof aan de Radbouduniversiteit Nijmegen.

Het anthropceen is een recent geïntroduceerd geologisch begrip dat toegevoegd is aan de tijdsindelingen van de geschiedenis van de planeet aarde. Zij volgt het holoceen op, een term die tot dan toe naar het heden reikt. Zij is geïntroduceerd in een internationale conferentie van geologen om een tijdperk aan te duiden waarin het klimaat en de natuur van de wereld op beslissende wijze wordt bepaald door het handelen de mensheid. Deze tijd vangt aan rond ca. 1850, wanneer de eerste invloeden van de industrialisatie op het klimaat merkbaar wordt en zij zou kunnen eindigen op het tijdstip waarop de mensheid als gevolg van klimaatveranderingen ten onder is gegaan. Het volgende tijdperk is dan een overlevende wereld zonder mensheid. Vanaf 1850 beheerst de mems de natuur definitief en is zij daarvoor verantwoordelijk. Andere termen die hiervoor zijn gehanteerd zijn het “technoceen” en het “homogenoceen”, het laatste zinspeelt op de verneging van volkeren en het einde van afzonderlijke stammen in een groot deel van de wereldbevolking in steden.

Vooral de westers mensheid kan hiervoor worden aangesproken. De klimaatveranderingen zijn het gevolg van de kapitalistische productiewijze, waarin weinig eigenaars het lot van velen bepalen zonder dat zij daarop zeggenschap hebben. Dat neemt echter niet weg dat de de binnen het systeem georganiseerde menselijke soort een fatale zeggenschap op de aarde heeft, die door Hellwag wordt omschreven als het Chtullu-effect, naar de geheimzinnige monstermaatschappij van H.P.Lovecraft. De zuurstof die nu voor de mensheid een levensvoorwaarde is, is oorspronkelijk een door blauwalg geproduceerd toxicum geweest dat voor andere natuurelementen catastrofaal was. Met dit historische gegeven kan met concluderen dat met het vergaan van de mensheid de natuur van de planeer niet verloren zal gaan.

Aanvankelijk werden natuurwetten gezien als een factor gescheiden factoren van de menswetenschappen. Natuur communiceert niet en geeft geen effect op de politiek. Tegenwoordig is feo-engeneering wel degelijk een politiek gegeven. Het CO2 broeikaseffect is daarvan een voorbeeld. Dat geldt ook voor technologische oplossingen als kunstmatige regen en spiegels om zonlicht en zonnewarmte een plaats te geven. Maar daarmee wordt het kapitalisme niet opgeheven en handelen wij als Goethe’s tovenaarsleerling, omdat helemaal niet duidelijk is wie de beslissende macht over dit soort technologie heeft.

Wij zijn dus gebonden aan technologie, maar hebben geen zeggenschap over de toepassingen omdat de kennis niet op menselijke wijze wordt gedeeld. De technosfeer staat nog steeds los van de biosfeer, de hydrosfeer of de lithosfeer van de natuur, Ons denken staat buiten de noo-sfeer zoals die door Vladimir Venofsky of Telhard de Chardin wordt beschreven. Daarom heeft ons menselijk denken geen invloed op de planeet, die gevangen raakt in het autonome-technologische systeem dat uiteindelijk destructief blijkt te zijn. Houden we wel de robots in controle waarmee we het misschien willen oplossen?

Vragen uit het publiek

Houden we deze technologie wel vol omdat de grondstoffen voor elektriciteit uitgeput raken? Tegenwoordig zijn er speculaties om via technologie mijnbouw te plegen op asteroïden. Tegenwoordig is de technosfeer parasitair. We moeten leren van deze afhankelijkheid door de technek zorgzamer voor de aarde te maken. Maar willen we dat, dan moeten we de ontwikkeling niet overlaten aan de markt. Marx constateerde dat als productiemiddelen in handen zou blijven van een kleine minderheid de economie uiteindelijk destructief zou werken Dat geldt ook voor technologie wanneer zij zich op die manier ontwikkelt en er geen democratische besluitvorming mogelijk is. In het huidige systeem proletariseert de mens omdat zij wordt gebruikt in het vervreemdingsproces van de productie: de kennis zit in de machine die produceert. Bij een andere vraag werd erop gewezen dat Marx ooit1) heeft gesteld dat wanneer het proletariaat de revolutie niet zou doorvoeren en het beheer over de productiemiddelen zou verkrijgen de vervreemding van het kapitalisme ook van toepassing zijn op de reproductie. d.w.z het bestaan van mensen als zodanig. Nu de sociale revolutie niet heeft plaatsgevonden kan men de bedreiging van het menselijk bestaan door het klimaatbederf door de industrie en landroof zien als een uitkomst van deze voorspelling.

30 jaar lang heeft het mensdom een stoïsche houding aangenomen tegenover de dreigende verwoesting van de natuur door de klimaatverandering. Maar zij heeft zich wel verzet tegen de atoombewapening in Nederland, in het bewustijn dat ook daardoor de mens totaal vernietigd kan worden – zonder echter de politiek aan te tasten, Maar nu nemen bewegingen van onderop het initiatief. Gretha Thunberg is daarvan het voorbeeld. Burgerlijke ongehoorzaamheid is het belangrijkste antwoord tegen het bestaande systeem. Er zijn ook andere stromingen als de Gele Hesjes. De bestaande politiek loopt achter; de beweging moet van onderop komen.

  1. Inleiding Grundrisse der Kritik der politiscjhe Ökonomie, 1857-1859.

Verslag Jan Bervoets